Glenda Noordijk is Daltonopleider voor Noordijkdaltonadvies, een volledig gecertificeerd opleidingsinstituut voor leraren (PO&VO), directeuren, dalton coördinatoren en pedagogisch medewerkers in heel Nederland en België (en geeft de pilot DaltonIBer).

Regelmatig krijg ik op scholen vragen over het begrip eigenaarschap.

Veel voorkomende vragen zijn: ,,Hoe kan ik eigenaarschap bij kinderen vergroten?”, ,,Welke middelen staan mij als leraar ter beschikking om eigenaarschap te vergroten? ” en ,,Welke vaardigheden hebben kinderen nodig om eigenaarschap te bereiken en te houden?”.
Deze vragen bestrijken een groot deel van de zaken waar veel Daltonscholen mee bezig zijn. We zouden er dagen over kunnen vullen, omdat daar zoveel over te vertellen is.

Laten we maar bij het begin beginnen.
Een aantal zaken draagt bij tot het ontwikkelen van eigenaarschap bij kinderen.
–> Plannen is een activiteit, tevens vaardigheid waar kinderen op jonge leeftijd mee in aanraking komen. Het gaat daarbij niet om het werkelijke plannen omdat hun hersenen dat nog niet kunnen. Dit is een voorbereiding op het uiteindelijke plannen.
Het is het gevoelsmatig verbinden met een activiteit waardoor de kans dat je bij een doelstelling uitkomt groter is.
Plannen heeft in dit verband te maken met planmatig handelen.afb_artikel_website
Vragen waar kinderen mee te maken krijgen zijn bijvoorbeeld:

  • Wat heb ik nodig? (welke spullen moet ik verzamelen)
  • Met wie ga ik aan de slag? (alleen of samen)
  • Welke plek is voor mij goed?
  • Wanneer is daar tijd voor?
  • Hoe lang heb ik de tijd?

Een onderbouw leerling heeft aan het begin van het planproces vaker sturing van de leraar nodig.
Jezelf gevoelsmatig verbinden met een activiteit is nodig om je uiteindelijk eigenaar te kunnen voelen van de activiteit die je zelfstandig gaat ondernemen.
–> Het reflectieproces geeft inzicht in het kennen en kunnen van kinderen binnen het eigen leerproces.
Als je inzicht hebt in je kennen en kunnen, kan je je eigenaar voelen van je leerproces. Met die inzichten kan je in overleg treden met je omgeving.

  • Welke doelen worden aangereikt?
  • Hoe ver ben ik binnen die doelstelling gevorderd?
  • Is het voor mij nuttig om de instructie hierover te volgen?
  • Welke hulpmiddelen heb ik hierbij nodig? (welke omstandigheden zijn gunstig)

Je zult begrijpen dat de opbouw naar eigenaarschap erg geleidelijk gaat en dat leerkrachten het soms moeilijk vinden om in kleine stapjes te investeren in de weg hiernaartoe.

–> Een middel dat erg helpend is daarbij is bijvoorbeeld de ‘voortoets‘. Dit is een simpel middel om leerlingen inzicht te geven in hun eigen kennen en kunnen. De methode die je gebruikt hoeft hier niet op ingericht zijn.

Als je met je groep nog niet toe bent aan de ‘voortoets’ kun je in groep 3 al prima beginnen met ‘attenderen‘. Een gevonden fout wordt door leraren vaak aangestreept, terwijl een kruisje een leerling uitnodigt de fout zelf te vinden. Leerlingen speuren zelf naar de fout en een fout die je zelf vindt en verbetert is veel effectiever.
In groep 1/2 kun je al beginnen met ‘workshops‘. Hierbij is deelname niet verplicht. Als een leerling de keuze maakt om deel te nemen aan de instructieronde zit de leerling er veel gemotiveerder bij.

Bij elk voorbeeld van eigenaarschap verhogende middelen/oefeningen geldt dat je er in moet differentiëren. Vrijheid in gebondenheid geeft je daartoe volledig alle mogelijkheden.
Eigenaarschap is soms nog piepklein, maar toch al te zien en vooral te horen bij kinderen.
Zaken die daarbij bijzonder helpend kunnen zijn: portfolio, coachgesprek, ik-doelen of persoonlijk leerplan (speciaal voor jou, speciaal voor mij)
Hieronder zal ik deze zaken toelichten.

–> Een portfolio is er in vele vormen. In de cursus behandelen wij de diverse vormen en mogelijkheden, maar over het algemeen kan gezegd worden dat een portfolio een bewust geselecteerde verzameling is betreffende de doelstellingen van het kind binnen zijn leerproces.

–> Het coachgesprek klinkt misschien bijzonder ingewikkeld, maar dat is het niet. Alles binnen dalton kan samen komen binnen het gesprek tussen leraar en kind. Maar soms kan het er zo simpel uitzien als een ‘taakdoorloopje’ (een leerling loopt langs met de stapel werk waar het conclusies over heeft getrokken en komt aan jou in enkele minuten verantwoording afleggen. Het kind is aan het woord, de leraar ontvangt conclusies en trekt daaruit eigen conclusies voor het vervolg en het handelen.

Wanneer je met een kind in gesprek bent over zijn kennen en kunnen, ontstaat gemakkelijk een vervolgplan.
Dit plan kan voortkomen uit het kind zelf of aangegeven worden door de leraar.
Het kan cognitieve leerdoelen, werkhoudingsdoelstellingen en competenties bevatten of aansluiten bij zijn interesses.
–> Daaruit ontstaat een persoonlijk leerplan. Het ‘ik-doel’, ‘speciaal voor jou’, ‘speciaal voor mij’ zijn hier diverse namen voor. Bedenk in ieder geval voor jezelf of het hoort bij de ‘Basistaak’, de ‘Zorgtaak’ of de ‘Eigentaak’.

Een struikelblok(je) hierbij is vaak de factor tijd.
Maar ‘geen tijd is geen prioriteit’ en de leraar is hierin bepalend.
Effectiviteit (weer dat woord tijd) blijft op ieder gebied toch een geweldige uitdaging.

Uiteindelijk wordt het zoveel makkelijker als de kinderen dat eigenaarschap zelf voelen.

 

Comments are closed.